Rolpaal Hattem-2

 

 

 

 

 

Locatie Hertog Willem pad (nabij Vadesto)

Geplaatst: ?? dec 20025

Beeldhouwwerk: voorstelling ?? ...

Hattem en zeeschelpen.

In vroeger jaren, was vlak voor de Hezenbergersluis in het kanaal vermoedelijk al een losplaats voor schelpen. Die werden toen verwerkt in de ‘cementfabriek’ de Hezenberg tot een metselmortel. In 1929 huurt de fa. van der Wal, onder de naam van : N.V. Hatto Gritmaatschappij, daar een stuk terrein aan de Hezenbergerweg, vlak bij de sluis. Vader Daan en zoon Anne van der Wal hadden een kantoor in Zwolle. In februari 1938 is de fabriek overgenomen door N.V. Scheepvaartmaatschappij G. Doeksen en Zn. op Terschelling.

De fa. Doeksen is van oudsher (1908) een schelpenzuigerij, maar doet ook scheepsbergingen (1912) en sinds 1923 doen ze ook in passagiersvervoer, waarvan we ze nu het best kennen. Doeksen zocht ook direct naar een ruimere locatie. In Zwolle, aan de Willemsvaart en het Zwartewater,  aan de IJssel bij het Katerveer, overal waren bezwaren, het ging niet makkelijk lukken. De gemeente Hattem wilde, met het oog op de werkgelegenheid, de fabriek graag voor Hattem behouden en had het terrein van ‘de Bleek’ beschikbaar. Voor Doeksen had deze plek het nadeel van een ondiep kanaal (1.70 m waterdiepte) en een smalle brug, waardoor ze niet met een kleine kustvaarder voor de wal konden komen. In 1939 is op dit terrein toch de nieuwe fabriek gebouwd. Doeksen kon de schelpen opzuigen met een speciaal daar voor gebouwd schip, op verschillende plaatsen in de Waddenzee, onder Ameland, Terschelling en Vlieland. Het vervoer naar Hattem vond vooral na 1952 plaats met het eigen schip van Doeksen,  de ‘Willem Berendsz.’; een schip van ruim 36 m met een breedte van 6,1 m en 302 ton. Dit schip kon nog juist de Hoenwaardse brug passeren. Natuurlijk brachten ook andere schepen hun lading naar deze plaats.

Gerard de Weerdt ( 1932), vele jaren werknemer op de fabriek, vertelde dat er van Doeksen soms wel drie schepen per week kwamen naast de verschillende particuliere schippers.

Kippengrit. Omdat kippen geen gebit hebben, moeten ze het eten (graan en mais) in hun krop weken en vermalen met hulp van scherpe steentjes. In de pluimvee houderijen is daar van nature niet voldoende van aanwezig en wordt grit bijgevoerd.

Het grit helpt ook om een sterkere eierschaal te krijgen.

De zeeschelpen werden uit de schepen gelost en op grote hopen opgeslagen. Met kruiwagens werden de schelpen in een put gegooid. Van daar uit ging het met een jakobsladder omhoog naar een droogtoren. Na 20 minuten drogen werden ze gebroken en gezeefd. De verpakking was in zakken van vijftig kg. Er waren meerdere soorten grit: oa Kippen- en Kuiken grit.  De afnemers van het kippengrit waren natuurlijk de pluimvee bedrijven van de Algemene Boeren- en Tuinders Bond ( A.B.T.B.)  groothandels, maar ook particulieren in binnen en buitenland. Zelf in Finland. Na de oorlog, in 1945 wordt het grit verkocht onder de naam: Noordster  VITA grit. Het transport van de zakken ging veel met de trein en met 300 zakken tegelijk naar de afnemers. De normale werkweek was van half acht in de ochtend tot vijf uur in de middag. Als het druk was met orders, werd er langer gewerkt, vooral ‘s nachts. In 1976 verkocht Doeksen het bedrijf aan Hr. J. Tamminga. Hij zette het bedrijf voort onder de naam: Hatto-Gritfabriek B.V. Laat in de 70-er jaren is het bedrijf gestopt en werd op het terrein een parkeerplaats aangelegd.

 

Cardium tuberculatum (L)      Foto van: Foto Zimmerman, Heerde.

Uit een publicatie van B. Hubert in 1957 (in Natuurtijdschriften) vinden we dat B. Hubert beschrijft welke soorten schelpen hij in de berg, of eigenlijk twee bergen aantrof. De meeste schelpen uit de witte berg blijken van het soort Cardium Edule (L)  (Kokkel) te zijn, enkele uit de blauwige berg zijn van het soort Cardium tuberculatum (L)   en vallen op door hun forse voorkomen en hoekige ribben.

Uit navraag bij Doeksen weet hij ons te vertellen over de vindplaats:  De witte schelpen komen van de ‘Westwal’ onder Texel en Vlieland; de ietwat blauwe en bruine, komen uit de sloot onder Terschelling en Ameland.

 

Bron:  over de Gritfabriek: Heemkunde Hattem,  uitgave 118, maart 2009.  door           J. Andeweg-Holland en D. Jonker.

Bron: schelpen: Zeeschelpen te Hattem, B. Hubert in 1956 in: https://natuurtijdschriften.nl/pub/404449/